Afrekenen met winkeldieven is een manier om met behulp van een civiele vordering een (extra) boete op te leggen aan een winkeldief. Dit staat los van een eventueel strafrechtelijk traject. De bedoeling is dat de winkelier zijn schade door de dader laat compenseren op basis van de onrechtmatige daad zoals gedefinieerd in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.
Behalve de kosten van directe schade kan een winkelier ook een schadevergoeding van € 151,- voor oponthoud en overlast verhalen op de winkeldief. Wanneer de dader niet wil mee- werken aan de civielrechtelijke vordering zal de gang naar de civiele rechter door het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) en de winkelier toch gemaakt worden.
De ervaring leert inmiddels dat van de civielrechtelijke aanpak, naast de strafrechtelijke, ook een preventieve werking uitgaat. Voorbeelden van eerdere pilots zijn SODA in Utrecht en Amsterdam en Dubbel Gepakt in de regio Gelderland Midden (In Arnhem is het aantal aanhoudingen op heterdaad bij winkeldiefstal met 30 procent gedaald).
Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) is door het ministerie van Veiligheid en Justitie gevraagd om een goede landelijke standaard te ontwikkelen. Op 29 maart 2011 is door staats- secretaris Teeven de landelijke aftrap van ‘Afrekenen met winkeldieven’ gegeven. Daarmee is het voor alle winkeliers
in Nederland mogelijk geworden om gebruik te maken van deze regeling.
Na aanhouding van een winkeldief op heterdaad wordt de politie gebeld en het standaard winkeldiefstal aangifte- formulier ingevuld. Daarnaast vult de winkelier het schade- verhaalformulier in, nodig voor de civielrechtelijke vordering. Het invullen van de gegevens van de dader gebeurt door de ondernemer zelf en kost de politie dus geen tijd.
Indien nodig assisteert de politie ter plaatse bij het invullen van het schadeverhaalformulier. Altijd wordt gecontroleerd of het winkeldiefstal aangifteformulier ondertekend is en of het formulier volledig en correct is ingevuld.
Als de identiteit van de verdachte niet kan worden vastgesteld in de winkel wordt de verdachte, zowel in de aangifte als in het schadeverhaalformulier, kort omschreven middels een beknopt signalement.
De verdachte wordt altijd overgebracht naar het bureau ter geleiding voor de hulpofficier van justitie. Bij vertrek naar het bureau krijgt de verdachte uit handen van de aangever het schadeverhaalformulier. Eén afschrift bewaart de aangever voor zijn eigen administratie.
De winkelier neemt na enige tijd contact op met de politie voor het proces-verbaalnummer of transactienummer en (indien in de winkel geen identiteit kon worden vastgesteld) de verificatie van de identiteit en NAW-gegevens.
De winkelier zorgt hierna zelf voor het doorsturen van de gegevens naar het HBD die de vordering verder afhandelt.
Afrekenen met winkeldiefstal is vooral door en voor de onder- nemers en het hele traject gaat eigenlijk buiten de politie om. De politie vervult echter wel een cruciale rol.
De politie moet per regio organiseren wie de winkelier kan benaderen voor het verstrekken van politiegegevens (proces- verbaalnummer, transactienummer en/of de verificatie van de identiteit en NAW-gegevens). Dit is van belang voor het welslagen van de civielrechtelijke vordering. Bijvoorbeeld in de regio Utrecht is dat bureau BON en in Gelderland-Midden zal dit worden verzorgd door medewerkers van het Politie Service Centrum. Natuurlijk is het ook mogelijk dat de betreffende agent dit zelf doet.
Het verstrekken van politiegegevens is toegestaan conform art. 4:2, lid 1, onder n Bpg. De politie moet, gelet op de protocol- plicht zoals beschreven in art. 32 Wpg, deze verstrekkingen vastleggen.
Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de HBD helpdesk van “Afrekenen met winkeldieven”, telefoon: 088-2093030.
Voor meer informatie kijk op:
www.afrekenenmetwinkeldieven.nl
